Lezingen:

  • Jer. 14
  • Luc 18

Ik denk dat de zomer van 2014 ons nog lang bij zal blijven. Vreselijk nieuws over vliegtuigrampen, oorlog en aangstaanjagende ontwikkelingen in het Midden Oosten heeft mij van de zomer het gevoel gegeven, alsof de ellende maar niet op kon. Bij zoveel mensenleed verbleekt ander nieuws.

Toch wil ik vandaag nog een ander nieuwsitem van de zomer noemen. Namelijk het nieuws dat we in Nederland dit jaar de natste zomer sinds 1906 hebben meegemaakt. Hier in Zeeland viel het in vergelijking met de rest van Nederland nog wel mee. Maar in Berkenwoude, waar ik woon, was de vele regen door behoorlijk wat wateroverlast duidelijk te merken. Berkenwoude ligt midden in de polder en wanneer het veel regent staan de toegangswegen naar het dorp geregeld blank. Het is ook te merken aan de oogst. Ook in mijn moestuin rotten de tomaten en aardbeien helemaal weg door het natte weer.

Mensen die veel buiten met dieren en planten werken beseffen denk ik goed onze afhankelijkheid van de natuur. Veel meer dan mensen als ik die de meeste tijd van de dag gewoon binnen zitten. In de loop der geschiedenis hebben we zoveel mogelijk eraan gedaan, dat wij niet afhankelijk zijn van de grillen van het weer. Wie weet dat beter dan u hier in Zeeland.

Onze huizen zijn bestand tegen wind en weer, ons voedsel halen wij ergens anders vandaan als de oogst bij ons mislukt is, tegen hoogwater zijn we verzekerd en het Nederlandse watermanagement heeft slimme dijken en oplossingen gebouwd om het natuurgeweld van het water in te dammen. Zo goed mogelijk hebben we ons losgemaakt van onze afhankelijkheid van de natuur.

In hoofdstuk 14 van het profetenboek Jeremia zien wij een heel andere relatie van mensen tot hun leefwereld en de natuur. De technologie en de kennis zijn er in de dagen van Jeremia nog niet om de akkers en het land van water te voorzien, wanneer de periodieke regen een keer uitblijft.

Anders dan bij ons, was in Israel in die tijd het gebrek aan water en regen vaak een probleem. Gemiddeld regende het maar 50 dagen in het jaar. En de regen moest op tijd komen om een goede oogst te garanderen. Maar dat de regen op het juiste moment kwam, was alles behalve vanzelfsprekend en elk jaar weer wachten mensen gespannen en bezorgd op de regen.

Geen wonder dat onder zulke omstandigheden regen werd gezien als zegen, zegen van de allerhoogste. Het uitblijven van regen betekende toen, dat God de watermassa’s in de hemelse kamers vasthield, dat God boos was, dat God de mensen zijn zegen onthield. En dat, zo concludeerde Jeremia, kwam door de zonden van mensen.

Deze voorstelling, dat God de mensen zegent door regen of dat God de mensen straft voor hun zonden en regen onthoudt was een diep gewortelde overtuiging van de mensen in die tijd. Mensen deden er dan ook veel aan om God goedgezind te stemmen met brandoffers en graanoffers.

De profeet Jeremia heeft geen goed woord over voor het brengen van offers. Wat God echt wil, dat zijn niet de offers waarmee mensen regen van God af willen kopen. God wil niet dat mensen denken en handelen in termen van een ruileconomie: mens biedt offers en eist op z’n beurt Gods zegen. Wat God wil, zo roept Jeremia, dat is rechtvaardigheid van mensen, mensen die in vrede en liefde met elkaar leven.

En, zo lezen wij in Lucas 18, deze rechtvaardigheid moet ook niet als een verlengde van het offer worden gedacht, rechtvaardigheid moet ook geen ruilproduct zijn om gezegend te worden door God. Jeremia roept op tot rechtvaardigheid die gebaseerd is op liefde en barmhartigheid. Rechtvaardig en vredig leven moet een overtuiging zijn, een principe en niet iets waarop men zich kan beroemen, waardoor men de zegen van God kan afkopen.

Wat moeten wij met die ideeen van Jeremia, kunnen wij ons afvragen? Wij geloven allang niet meer, dat God boven in de hemel een aantal beken gevuld met water ter beschikking heeft en dat God bij tijd en wijle de sluizen opent om het te laten regenen. En onze zonden, onze onrechtvaardigheid, zien we ook niet als oorzaak voor droogte of wateroverlast.

Het weer, hitte, kou, droogte, stoorm en regen wordt zoals we weten veroorzaakt door verschillende factoren en een gecompliceerd samenspel van meteorologische omstandigheden. God of onze onrechtvaardigheid behoren in ieder geval niet tot de factoren die invloed hebben op het weer. Of misschien toch wel?

Wanneer ik Jeremia 14 lees, dan is mijn eerste associate de opwarming van onze aarde en de rol die de mens daarin speelt. De vervuiling van het milieu, het ruineren van onze leefruimte die wel degelijk met ons gedrag te maken heeft.

Natuurrampen, zoals overstromingen, de aanhoudende droogte in veel delen van de wereld, niet te blussende brandhaarden, steeds hevtigere tornados, aardbevingen die ook te maken hebben met het droger worden van de aarde, het uitblijven van periodieke regen in Afrika waardoor oogsten mislukken en hongersnood ontstaat, het stijgen van de zeespiegel. De opstapeling van natuurrampen de laatste 20 jaar wordt door veel wetenschappers in samenhang gebracht met ons milieuvervuilend gedrag.

En als ik de discussie rond de klimaatverandering volg en onderzoekers hoor beweren, dat het toch allemaal meevalt en we rustiger verder kunnen gaan met onze CO2 uitstoot, dan zie ik wel een parallel met de valse profeten waar Jeremia het over heeft. Die profeten die het volk Israel sussend toespreken dat God blijvende vrede aan de mensen schenkt en dat ondanks hun gedrag.

Nu ben ik natuurlijk geen expert op het gebied van klimaat en weet ik niet welk kamp in de klimaatdiscussie gelijk heeft. Wij weten niet of het allemaal wel meevalt of dat we ons echt zorgen moeten maken of deze aarde nog wel bewoonbaar zal zijn voor de generaties na ons. Ik weet het niet. U weet het niet. De experts weten het niet.

Maar wat mij wel achterdochtig maakt, dat is de verwevenheid van economie en wetenschap en vraag ik me af of de wetenschappelijke discussie nog te maken heeft met waarheidsvinding of dat er meer economische belangen mee spelen dan wij denken. En dat maakt me bang. Dat het wellicht valse profeten zijn die politici en machthebbers de legitimiteit in handen geven om de makkelijke weg van de milieuvervuiling verder te bewandelen. Ik ben er bang voor, dat het misschien toch waar is en we met ons luxe leven de aarde en onszelf te gronde richten.

Wat is de oplossing? Dat weten wij allemaal heel goed. We weten allemaal hoe we minder energie kunnen verbuiken, hoe we persoonlijk het milieu kunnen beschermen. Makkelijk is het niet. Zeker niet. Ik zou me niet kunnen voorstellen om op mijn auto afstand te doen, om maar wat te noemen. Makkelijk is het niet en nog erger: schieten we er veel mee op als wij ons persoonlijk inspannen voor het milieu? Uiteindelijk is het een collectief probleem, een mondiale uitdaging die hoe dan ook grootschalig moet worden aangepakt.

Welke weg wijst Jeremia aan als oplossing voor het probleem van het volk Israel? Ook al weet Jeremia dat het moeilijk is, wellicht zelfs onmogelijk, maar Jeremia roept toch het volk op, roept mensen persoonlijk en als groep op, om zich om te keren, om hun gedrag te verbeteren. Persoonlijk en als maatschapij moeten wij verantwoord omgaan met onze leefwereld.

En Jeremia noemt nog een punt: het gaat erom dat mensen ook in hun denken omkeren. Dat mensen God, hun medemens en de schepping niet slechts zien als iets waardoor men kan profiteren of waarvan men iets kan krijgen.

God die werd gezien als degene die beloont met regen. De medemens van wiens vermogen men kan profiteren. De schepping die men voor eigenbelang zo efficient mogelijk kan uitbuiten. Niet voor jezelf leef je, maar voor God, voor de medemens, voor de schepping en daardoor uiteindelijk ook voor jezelf.

We moeten niet in eerste instantie het milieu beschermen uit angst om onze eigen huid te redden. Ook niet om onze portemonee te beschermen of te worden als die Farizeer die met zijn vinger naar de milieuzondaars om zich heen kan wijzen. Maar het is taak om de schepping uit principe te koesteren, uit liefde voor haar schoonheid, uit dankbaarheid voor al het goede wat de schepping ons geeft. Elke relatie, tot God, tot de medemens en tot de schepping moet het eigenbelang overstijgen wil de relatie gelukken.

Zo leven, met vrede, liefde en het goede voor ogen, dat is leven in Gods verbond. Een verbond dat ons verbindt met de Schepper en de schepping.