Lezingen:

  • Luc: 19:1-10

Een fragment uit een lied van Toon Hermans “Vriend”

Je hebt iemand nodig, stil en oprecht
die als het erop aan komt voor je bidt of voor je vecht
pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient
dan pas kun je zeggen: ‘k heb een vriend.

Toon Hermans is meester erin om diepe waarheden met simpele woorden te zeggen. Vriendschap – je kunt er lang en breed over uitweiden. Maar de kern van vriendschap is, dat je iets voor elkaar over hebt, dat je voor elkaar in de bres springt, dat je lief en leed met elkaar deelt.

Wat vriendschap is dat hoef ik u ook eigenlijk niet uit te leggen. In het bijzonder, wanneer je vandaag met een vriend of vriendin hiernaartoe bent gekomen of wanneer een vriend of vriendin van je vandaag naast je zit, dan voel je wel aan wat vriendschap is. Want het is kwetsbaars, zowel iemand uitnodigen om een keer mee te gaan naar een kerkdienst, als ook op die uitnodiging in te gaan. Vriendschap is vertrouwen om kwetsbaar te durven zijn, vriendschap is voor een ander over een drempel gaan.

Dus eigenlijk hoef ik niet uit te leggen wat vriendschap is. Of is vriendschap misschien toch niet zo vanzelfsprekend? Een andere cabaretière heeft in navolging van het liedje van Toon Hermans er zijn eigen versie van gemaakt. Herman Finkers steek in zijn voorstelling in 2015 de gek met het concept “Vrienden van de Schouwburg”.

Vriend zijn, natuurlijk dat wil toch iedereen, dus Finkers wilde ook best wel vriend van de Schouwburg worden. En eerst was het bijzonder aardig, zo vertelt Finkers. Met bijeenkomsten waar een harmonieuze sfeer hing en waar uitsluitend vertogen woorden vielen. Tot hij op een dag een rekening in de bus vond voor zijn vriendschap. Hoh, dacht die. Vriendschap is toch niet te koop?

Het is blijkbaar nodig dat je stil en oprecht
Geregeld betaald en het liefst niet te slecht.
Pas als het zo is dat er aan je wordt verdiend
Pas dan mag je zeggen: Ik ben een vriend.

In een tijd waarin we met honderden digitaal zijn bevriend, maar elkaar nauwelijks kennen. Tijden waarin je op youtube de aandacht van een vlogger kunt kopen. Waarin je je nieuwe vriend of vriendin eerst goedkeurt op grond van een wel of niet aantrekkelijke foto.

Tijden, waarin vriendschap met iemand van een totaal andere achtergrond, cultureel, godsdienstig of maatschappelijk, tot nieuws op de voorpagina leidt. Tijden waarin bevriende staten vriendschappen gaan opzeggen, omdat er niet genoeg wordt bijgedragen aan de militaire bewapening – vriendschap is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Echte vriendschap, waar vindt je die nog?

Zou Zacheus, die kleine, verguisde tollenaar ook op zoek zijn geweest naar een vriend, toen hij in de boom klom om te kijken wat voor iemand die bekende rabbi uit Nazareth was? Waarschijnlijk niet. Want de levenshouding van zo’n tollenaar als Zacheus stond wel lijnrecht tegenover de levenshouding van Jezus van Nazareth.

Een tollenaar, dat was iemand die in dienst was van de Romeinse overheid en voor hen belastingcenten innam. En dan moet u zich niet een aardige of minder aardige medewerker van de belastingdienst erbij voorstellen die werkt onder het motto: Leuker kunnen we het niet maken.

Nee, tollenaars, dat waren niet de mensen die nu eenmaal een baan van een tollenaar hadden en hun plicht deden. Ze golden als land-verraders, want met de overheerser van het land maak je geen gemene zaken. En veel van de tollenaars misbruikten hun positie schaamteloos om niet alleen de militaire kas van de Romeinen, maar ook nog hun eigen zakken goed te vullen.

Zo’n gewetenloze schoft, moet ook Zacheus zijn geweest, want over hem horen we dat hij een hoge positie als tollenaar had en ook nog goed had verdiend aan de afpersing van zijn landgenoten.

Verrassend, bizar is dan ook dat Jezus die tollenaar aanspreekt, dat hij zichzelf uitnodigt om bij hem te eten. Want aan tafel met elkaar zitten, bij elkaar eten – dat deed je toen – en nu eigenlijk nog steeds – alleen maar met vrienden. Met mensen die je accepteert, die je aardig vindt, met wie je tijd wilt doorbrengen. De maaltijd met elkaar delen dat hoorde bij de cultuur van de oosterse gastvrijheid, maar het betekende ook dat de gast werkelijk welkom was, aanvaard was op existentieel niveau.

Zowel voor Jezus als ook voor Zacheus druist deze gezamenlijke maaltijd in tegen alles waarvoor zij staan. Jezus die nou juist verkondigde dat je je om de armen en de kwetsbaren moet bekommeren en ze niet moet uitbuiten. En Zacheus voor wie het woord gastvrijheid al lang uit zijn vocabulaire verdwenen was. En toch komt dit bizarre koppel bij elkaar, komen ze op ooghoogte te staan, worden ze vrienden van elkaar.

John Caputo, een postmoderne Amerikaanse theoloog, ervaart in dit verhaal de zwakke kracht van God. Trouwens niet alleen in dit specifieke verhaal van de roeping van Zacheus, maar overal waar iets gebeurt wat eigenlijk niet kan, ziet Caputo de kracht van God in het spel. Overgenomen van de Franse filosoof Derrida, beschrijft Caputo de begrippen “gave of geschenk”, “rechtvaardigheid”, “gastvrijheid” en “vergeving” als onmogelijke zaken.

Als je bijvoorbeeld gastvrijheid neemt. Gastvrij zijn voor een vriend, dat is geen gastvrijheid, maar dat doe je gewoon als vrienden. Maar wat echt gastvrij is, dat is wanneer iemand welkom is die niet welkom is. En welkom zijn, hoewel je niet welkom bent – dat is een onmogelijke zaak. Vergeving is ook zoiets. Vergeving is pas echt vergeving wanneer je iets onvergeeflijks vergeeft. Maar dat is onmogelijk. Toch?

En ondanks dat het onmogelijk is, gastvrijheid, vergeving, een gave, rechtvaardigheid – ondanks dat gebeurt het toch. Soms. Als je geluk hebt. Soms gebeurt zoiets, zoiets onmogelijks. En je merkt het onmiddellijk wanneer het gebeurt. Niet alleen je verstand zegt dat dit ingaat tegen de menselijke logica. Maar je voelt het, met heel je lijf en ziel. Kippenvel wanneer Nelson Mandela de mensen achter het systeem van apartheid vergeeft. Trillende lucht, wanneer moslims en christenen samen kerst of het Suikerfeest vieren. Ontroering wanneer een jongetjes door nagels te lakken een heel land weet te raken. De ervaring van ware vriendschap, wanneer je bij een ander terecht kunt met je ware, kwetsbare, verborgen gezicht dat je op facebook niet durft te laten zien.

Het licht van God wanneer Zacheus zijn naam hoort, zijn ware naam, zijn identiteit. Zacheus dat is een Hebreeuwse naam en betekent rechtvaardige. Deze onrechtvaardige tollenaar die niet meer wist wat gastvrijheid is, die liefde en vriendschap uit zijn leven had gebannen, die in de diepste lagen van zijn ziel zijn roeping in het leven begraven had – die hoort zijn naam: jij, rechtvaardig, een goed mens, jij waardig om vriend te zijn, jij geliefd ondanks alles, jij een kind van God.

Volgens John Caputo is dit de zwakke kracht van God. Onmogelijk te begrijpen, want het gaat om onmogelijke zaken. God is wat je niet kunt begrijpen, niet kunt verklaren. Het valt niet te rijmen met de logica van ons mensen. Er valt niets aan te verdienen, het biedt je geen definitieve antwoorden op al je levensvragen. Niet te bewijzen en soms niet eens aan te wijzen. God is helemaal niet, volgens Caputo in zijn theo-poëtisch spreken, de poëzie van God die met een theologie, een logica van God niet door een deur kan.

God is niet en toch is hij of zij daar aanwezig waar het onmogelijke mogelijk wordt. Voorbij woorden, beelden, systemen lokt die goddelijke stem, nodigt uit, roept ons bij onze naam, kust wakker wat wij gaandeweg aan dromen en idealen in ons leven verloren waren.

Het is die stem die roept om rechtvaardigheid in onrechtvaardige tijden. Dat ieder mens in zijn of haar recht komt te staan. Het is die stem die roept om gave in een maatschappij waar je niets cadeau krijgt. Dat mensen elkaar liefde en vriendschap schenken zonder er iets voor terug te verwachten.

Het is die stem die roept om vergeving in een wereld waar landen elkaar met vernietiging bedreigen. Dat onze wereld opnieuw de kans krijgt om de droom van vrede te leven. Het is die stem die roept om gastvrijheid in tijden dat we oorlogsvluchtelingen op de Middellandse zee laten verdrinken en in kampen laten creperen. Dat ieder mens welkom is in dit leven.

Die stem, een goddelijk, die wil het onmogelijke: Liefde, vrede, vriendschap voor alles en iedereen. Die wil dat die droom waar wordt, die blijft die hoop koesteren, die blijft roepen en roepen: totdat de aarde hemel wordt.